
Bessen en Pawpaw
Pinus pinea
pijnboom
Pinus pinea is een uit de familie Pinaceae afkomstige den die van nature voorkomt in het mediterrane gebied, met inbegrip van Zuid-Europa en delen van West-Azië. Hij is al millennia lang gecultiveerd voor zijn eetbare zaden, de pijnboompitten, en is in tal van streken tot verwildering gekomen. Het is een langlevende boom (tot enkele honderden jaren), met een karakteristieke parasolvormige kroon en rechte stam. Hij groeit tot circa 15–30 m hoog.
Hoewel de groeisnelheid relatief traag is, is Pinus pinea robuust genoeg om bestand te zijn tegen kustklimaten en zout (salinititeit), waardoor hij geschikt is voor aanplant nabij zee. De boom wordt al eeuwenlang gebruikt ter verfraaiing van landschappen: zo sierde hij Rome tijdens de Republiek en Renaissance, is hij geplant langs historische wegen als de Via Appia, en wordt hij tegenwoordig ook op andere continenten als sierboom ingezet, waarvoor hij zelfs de Award of Garden Merit van de Royal Horticultural Society ontving.
De belangrijkste waarde van Pinus pinea schuilt in zijn eetbare zaden, de pijnboompitten. Deze zijn al minstens 6000 jaar een waardevol handelsproduct in de mediterrane keuken. Ze zijn rijk aan olie, eiwitten en essentiële vetzuren, en bevatten tal van micronutriënten zoals mangaan, fosfor, magnesium, zink, koper, vitamine E, K, B‑vitaminen, calcium, vitamine A en seleen. Qua culinaire toepassingen zijn ze geliefd in pesto alla Genovese, salades, gebak en desserts. Ook wordt olie uit de zaden gebruikt – in de keuken, cosmetica en als natuurlijk middel – en bevat het antioxidanten zoals luteïne en zeaxanthine die de ooggezondheid ondersteunen.
De houtsoort is licht en buigzaam, geschikt voor timmerwerk, maritieme bouw en houtskoolproductie; daarnaast worden de bast en lege dennenkegels ingezet voor hars- of looistof-extractie of als brandstof. Bovendien helpt de soort bij milieubescherming, bijvoorbeeld bij de fixatie van kustduinen, bodembescherming en ter bescherming van kustlandbouwgebieden.
